Hoe werkt de beurs?

Aandelen en andere beleggingen worden verhandeld op de beurs. Maar hoe werkt dat eigenlijk? Wat zijn bijvoorbeeld bied- en laatkoersen?

De beurs is van levensbelang voor de economie

De beurs is heel belangrijk voor de economie. Op de beurs komen namelijk vraag en aanbod van kapitaal bij elkaar. Daardoor ontstaat een beurs (markt) voor effecten zoals aandelen. Bedrijven die kapitaal willen aantrekken voor investeringen, kunnen aandelen of obligaties (leningen) uitgeven. Beleggers stellen dan het geld, dat zij op korte termijn niet nodig hebben en waarvan zij de consumptie dus uitstellen, in dienst van bedrijven. Dat is goed voor de economische groei.

Handel in staatsobligaties ook via de beurs

Ook (semi-)overheden kunnen kapitaal aantrekken. De Nederlandse Staat bijvoorbeeld geeft regelmatig voor miljarden euro’s aan staatsleningen uit. Dat doet zij om de overheidsschuld te (her)financieren. Die staatsleningen zijn, net als aandelen en bedrijfsobligaties, via de beurs verhandelbaar en hebben een koersnotering. De beurs zorgt er dus ook voor dat de overheid aan kapitaal kan komen en dat beleggers leningen kunnen kopen waardoor zij (rente-)inkomsten krijgen. Ook een goed functionerende obligatiemarkt is dus belangrijk voor de economie.

Handel op de beurs in 3 soorten effecten

Er zijn grofweg 3 soorten effecten: aandelen, obligaties en afgeleide producten (zoals opties). Aandelen zijn het verhandelbare recht op deelneming in het kapitaal en daarmee op meedelen in de winst van een onderneming. Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen, zoals staats- en bedrijfsleningen. En afgeleide producten, zoals bijvoorbeeld opties, zijn effecten waarvan de waarde afhangt van een ander effect ('onderliggende waarde') zoals een aandeel, index, obligatie of grondstof.

De verschillende beleggingsinstrumenten uitgelegd

Lees meer over het inleggen van een order op de beurs

Vraag en aanbod: zo komen koersen tot stand

Een belangrijk principe van de effectenhandel is de manier waarop koersen tot stand komen. Dit principe is heel helder. Om te beginnen wordt centraal een orderboek bijgehouden waarin alle koop- en verkooporders worden genoteerd. Op basis hiervan wordt de openingsprijs berekend, waarna de koop- en verkooporders worden gematcht.

Lees meer over het orderboek en de bied- en laatkoersen

Toezicht is in handen van de AFM

De effectenhandel, waaronder de koersvorming, staat onder strikt toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Ook de uitvoering van de orders, de zogenoemde effectenclearing, is transparant en wordt scherp gecontroleerd door de toezichthouder. Niet alleen omdat de effectenbeurs over grote bedragen gaat. Ook omdat het goed functioneren van de beurs en het vertrouwen van beleggers daarin zo’n groot economisch belang heeft. Alle beurzen in de wereld zijn strikt gereguleerd en staan onder toezicht van de lokale marktautoriteit.

Afwikkeling: de effectenclearing

Als u de koers weet waartegen de order is uitgevoerd, moet de transactie nog administratief verwerkt worden. Dat doet het 'clearinghuis'. Dit is de overheveling van het effect van het effectendepot van de verkoper naar dat van de koper en de overboeking van het aankoopbedrag naar de verkoper.

Beleggingsfondsen: tegen ‘NAV’

Als u via ING in beleggingsfondsen belegt, zijn dat meestal zogenoemde 'open-end' beleggingsfondsen. Dat wil zeggen dat er voortdurend nieuwe participaties kunnen worden uitgegeven en oude kunnen worden teruggenomen. Dit gebeurt tegen een koers die binnen nauwe grenzen schommelt rond de werkelijke (‘onderliggende’) waarde van iedere participatie. Die waarde wordt de intrinsieke waarde genoemd, in het Engels 'Net Asset Value' (NAV). Veel fondshuizen bepalen iedere beursdag de NAV van ieder beleggingsfonds op een vast tijdstip, bijvoorbeeld om 12 uur ’s middags. De NAV is de basis van de zogenoemde settlementkoers (afwikkelingskoers van die dag). Alle transacties krijgen die dag dezelfde koers.